OKANS (2014-2016)

Cartografie en analyse van het onthaalonderwijs voor minderjarige anderstalige nieuwkomers

In opdracht van het departement Onderwijs en Vorming, werd in september 2014 gestart met de evaluatie van het onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers (OKAN) in het basis- en secundair onderwijs. Het Steunpunt Diversiteit en Leren is hoofdpromotor van dit onderzoek en werkt hiertoe samen met partners verbonden aan UGent, KU Leuven en UAntwerpen.

Gedurende twee jaar (van september 2014 tot en met augustus 2016) werden de concrete praktijken van OKAN in kaart gebracht:

  • hoe wordt OKAN georganiseerd?
  • op welke manier worden de toegekende middelen ingezet?
  • wat is het profiel van leraren OKAN?
  • welke andere actoren zijn betrokken bij de organisatie van OKAN en welke taken nemen deze actoren op?
  • hoe verlopen de schoolloopbanen van OKAN-leerlingen?

Het beantwoorden van deze vragen gebeurt op basis van een combinatie van kwantitatieve en kwalitatieve onderzoeksmethodes.

Resultaten

Het OKANS-onderzoek is vrijgegeven! Dat betekent dat we de aanbevelingen van dit uitgebreid evaluatieonderzoek naar het Vlaamse onthaalonderwijs in het basis- en secundair onderwijs openbaar kunnen maken. De centrale aanbeveling van het onderzoek geeft aan dat het onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers in het Vlaamse basis- en secundair onderwijs best georganiseerd wordt vanuit een geïntegreerd, inclusief perspectief. We geven je in 12 punten weer wat de belangrijkste conclusies en aanbevelingen zijn. Wie meer lezen, vindt hier een uitgebreide samenvatting. Het volledige onderzoek vind je hier.

Het OKANS-rapport in 12 punten

Voor de OKANS-onderzoekers is het duidelijk: te veel anderstalige nieuwkomers (AN) kampen met problemen tijdens hun schoolloopbaan. Ze komen vaker in het watervalsysteem terecht, blijven vaker zitten, krijgen vaker een C-attest. Vooral het transitiemoment – van onthaal- naar reguliere klas – zorgt voor moeilijkheden, zowel in basis als in secundair. De reguliere leerkrachten blijken onvoldoende voorbereid of geprofessionaliseerd om de overgang vlot te laten verlopen. Het proces van taalverwerving, zo weten we uit ander onderzoek, neemt veel tijd in beslag (vaak zeven tot negen jaar), meer dus dan die enkele maanden of een jaar in het onthaalonderwijs. Zo’n leerproces vraagt om langere ondersteuning. Ook in de reguliere klas moet nog veel aandacht gaan naar het ondersteunen van de ontwikkeling Nederlands, en daar zijn scholen niet altijd op voorzien. Het onderzoek komt met zeven aanbevelingen voor de minister van Onderwijs. Op 29 juni 2017 zijn deze voorgesteld aan de Vlaamse Commissie van Onderwijs.

We geven hieronder in 12 punten een overzicht van het wat het onderzoek heeft opgeleverd en wat de aanbevelingen inhouden.

1
De Universiteit Gent (SDL), de Universiteit Antwerpen en de KU Leuven voerden tussen 2014 en 2016 een evaluatieonderzoek uit van het onthaalonderwijs, in opdracht van de Vlaamse minister van Onderwijs. Prof Dr. Piet Van Avermaet van SDL (UGent) was hoofdpromotor van dit onderzoek. Reinhilde Pulinx (toen verbonden aan SDL, nu werkzaam bij de VLOR) coördineerde het onderzoek. Dit was geen effectiviteitsonderzoek, maar een evaluatiestudie van het onthaalonderwijs. De onderzoeksvragen kunnen in drie clusters samengebracht worden:
• Hoe verlopen de schoolloopbanen van anderstalige nieuwkomers (AN) in het basis- en secundair onderwijs?
• Wat is de inzet van de middelen voor de organisatie in scholen en wat zijn de concrete praktijken?
• Wat zijn de profielen van het schoolpersoneel (leerkrachten, vervolgschoolcoaches)?
Het onderzoek werd uitgevoerd vooraleer de stijgende instroom n.a.v. de ‘vluchtelingencrisis’ in de scholen voelbaar was. Tegelijk stellen de onderzoekers dat de bevindingen erg relevant blijven. Het onderzoek geeft immers aan op welke manier het onthaalonderwijs kan georganiseerd worden om de nieuwkomers zoveel mogelijk kansen op een succesvolle schoolloopbaan te bieden. Met de aanbevelingen willen de onderzoekers net een onthaalonderwijs voorstellen dat piekmomenten van instroom kan opvangen.

2
Het onderzoek ging uit van de tweeledige doelstelling van onthaalonderwijs:
• Zo snel mogelijk Nederlands leren gericht op integratie in het Vlaamse onderwijs;
• Het proces van sociale integratie en participatie in de Vlaamse samenleving bevorderen.
De onderzoekers stellen dat de tweeledige doelstelling van onthaalonderwijs (taalleren en participatie) gelijktijdig moeten gerealiseerd worden, omdat taalleren het meest optimaal verloopt in authentieke contexten en in interactie. Maar ze stellen vast dat deze gelijktijdigheid slechts in beperkte mate gerealiseerd wordt.

3
Het onderzoek vertrok vanuit een welbepaalde visie op kwaliteitsvol onthaalonderwijs. Die visie is enerzijds gebaseerd op recente wetenschappelijke inzichten m.b.t. taalleren:

  • taalverwerving vertoont grillige patronen,
  • het gaat om individuele en langdurige processen,
  • het gaat om een combinatie van expliciet en impliciet leren, formele en informele context,
  • het belang van herhaalde oefening (vlotheid en vertrouwen in taalgebruik) in authentieke contexten moet benadrukt worden,
  • er is een goede wisselwerking nodig van praktijk en feedback.
    De eerste bevindingen uit het onderzoek tonen echter aan dat de taalverwervingsprocessen niet optimaal verlopen, dat er een sterke nadruk is op formele taalverwerving in weinig authentieke contexten, met een beperkte interactie tussen AN en leerlingen in het reguliere onderwijs.

4
Het onderzoek legt zeven aanbevelingen voor aan de minister.

Aanbeveling 1 is dat het onthaalonderwijs best georganiseerd wordt vanuit een geïntegreerd perspectief op beleidsniveau. Het is gericht op de verhoogde integratie in het reguliere onderwijs via flexibele trajecten en houdt voldoende rekening met de eigenheid van de doelgroep (hoge diversiteit en voortdurende instroom). De minister van Onderwijs kan AN een plaats geven binnen nieuw of ontwikkelend beleidswerk zoals de modernisering van het secundair onderwijs, het M-decreet, flexibele leerwegen, duaal leren,… In deze beleidsdossiers wordt momenteel geen vermelding gemaakt van nieuwkomers. De minister kan nagaan op welke manier het leertraject van nieuwkomers door deze maatregelen geoptimaliseerd wordt.

5
Aanbeveling 2 stelt dat het onthaalbeleid in het basisonderwijs best uitgewerkt wordt als een integraal onderdeel van het schoolbeleid, met andere woorden: zo geïntegreerd mogelijk. Onderdelen van deze aanbeveling zijn: zorgen voor een veilig klasklimaat en voor zelfontplooiing via het aangaan van sociale contacten, een vlotte samenwerking tussen onthaal- en reguliere leerkrachten (en een steviger ondersteuning van deze laatsten) en daarbij horend de pedagogisch-didactische continuïteit van het aanbod in de reguliere klas en het aanbod in de pull-out klassen: in bepaalde fases zorgen voor intensieve taalinput via pull-out klassen, maar met terugkoppeling vooraf en nadien in de reguliere klas.
Het onderzoek stelt aan de minister voor dat de basisscholen vanaf een bepaald aantal nieuwkomers een gegarandeerd aantal uren toegekend krijgen gedurende het gehele schooljaar (onafhankelijk van dalingen in het aantal) om een geïntegreerd beleid uit te bouwen en opgebouwde deskundigheid te borgen. Concreet: vier uur vanaf 1 nieuwkomer, een halftijdse functie vanaf 4 nieuwkomers, een voltijdse functie vanaf 6.

6
De derde aanbeveling luidt als volgt: in het secundair onderwijs worden AN sneller en meer gefaseerd geïntegreerd in reguliere klassen. Het gaat in het voorstel om een onthaaltraject in drie fases: een taalbad beperkt in tijd, een semi-geïntegreerde fase, eveneens beperkt in tijd en de volledige overstap naar het reguliere onderwijs met aanhoudende ondersteuning (op basis van individuele noden). Dit vraagt om een stevige visieontwikkeling, professionalisering van onthaal- en reguliere leerkrachten, een schooloverstijgende samenwerking en een vervolgcoaching op niveau van de individuele leerling (begeleiding doorheen traject – zie volgend punt).
Hier kan de minister bekijken hoe ze de financierbaarheid van nieuwkomers in het SO zo kan aanpassen dat het AN-beleid gericht is op het stimuleren van een snellere en stapsgewijze integratie in het reguliere onderwijs.

7
Tot vorig schooljaar hadden de vervolgschoolcoaches een dubbele functie: de ondersteuning van nieuwkomers bij de oriëntering naar regulier onderwijs en van reguliere leerkrachten in de vervolgscholen. Uit het onderzoek bleek dat vooral de eerste taak werd opgenomen. Bij de verhoging van de middelen voor VSC werd bepaald dat deze coaches voornamelijk de functie van ondersteuning van reguliere leerkrachten in de vervolgscholen moesten opnemen. Daarom kan verder onderzoek naar vervolgschoolcoaching nuttig zijn: op welke manier wordt deze functie ingevuld en met welk resultaat? Op welke manier wordt de functie van begeleiding van de nieuwkomers bij oriëntering opgenomen? Wat is de inzet en de impact van deze vervolgschoolcoaches?

8
De vierde aanbeveling stelt dat psychosociale ondersteuning structureel in het onthaaltraject in basis en secundair moet voorzien zijn. Tijdens het onthaalonderwijs – zowel in het basis- als in het secundair onderwijs – wordt er voldoende aandacht besteed aan het psychosociaal welzijn van de anderstalige nieuwkomers. Het voorzien in kwaliteitsvolle psychosociale begeleiding en ondersteuning omvat verschillende aspecten: 1) het professionaliseren van de onthaalteams; 2) het professionaliseren van de Centra voor Leerlingenbegeleiding; 3) de uitbouw van een zorgnetwerk rond de school; en 4) het structureel voorzien van preventieve en welzijnsbevorderende interventies in de eerste fase na aankomst in de scholen.

9
Aanbeveling 5 wil dat onthaal- en reguliere teams intensief en duurzaam geprofessionaliseerd worden in tweedetaalverwerving, meertaligheid en diversiteit, zowel in basis als in secundair. Speerpunten hiervoor zijn aanscherpen van pedagogische vereisten voor onthaalleerkrachten, vermijden van turn-over (opleiding, in-service training, werkzekerheid) en verhoogde aandacht voor onthaalonderwijs in de initiële lerarenopleiding. Essentieel in het bevorderen van de professionalisering is het stimuleren van schooloverstijgende leergemeenschappen, gericht naar zowel de onthaal- als de reguliere leerkrachten. De overheid kan hiervoor ruimte (in de opdracht) en middelen (faciliterende maatregelen) voorzien. Deze leergemeenschappen kunnen ruimte creëren voorkritische reflectie en externe kwaliteitscontrole. De overheid kan hier stimulerend optreden via het voorzien van tijd (in de opdracht van de leerkrachten) en middelen (faciliterende maatregelen). In de aanbeveling krijgt vervolgschoolcoaching een andere invulling: de ondersteuning van reguliere leerkrachten wordt op het niveau van de leergemeenschappen gesitueerd, zodat de eigenlijke vervolgcoaching gebeurt op het niveau van de individuele leerling (begeleiding doorheen traject).

10
Aanbeveling 6 pleit voor een versterking van het onthaalonderwijs door samenwerking en lokale inbedding, binnen en buiten onderwijsveld. We verwezen al naar de samenwerking op schoolniveau tussen onthaal- en reguliere leerkrachten, de professionele leergemeenschappen gericht op professionalisering en de organisatie van het secundaire onthaalonderwijs op het niveau van de scholengemeenschappen. Maar ook het uitbouwen van een zorgnetwerk is essentieel voor voldoende psychosociale ondersteuning aan anderstalige nieuwkomers. Deze aanbeveling verwijst ook naar een sterkere samenwerking met de ouders (voogd) van de AN en naar een steviger plaats van onthaalonderwijs in de ruimere schoolomgeving (brede school).

11
De zevende aanbeveling pleit voor de organisatie van proeftuinen (projecten in een experimentele setting) onthaalonderwijs in het basis- en het secundair onderwijs. Die proeftuinen nemen de vermelde aanbevelingen mee, betrekken voldoende relevante actoren en beleidsdomeinen (onderwijs, welzijn, inburgering, vrije tijd, jeugd & sport, opvanginitiatieven) en krijgen een wetenschappelijke opvolging en evaluatie. In het verlengde hiervan is vervolgonderzoek nodig, gericht op klaspraktijken, op zittenblijven in de context van onthaalonderwijs, op de inzet van middelen, …

De minister kan hierin voorzien door een aangepaste regelgeving en bijkomende middelen, gericht op het uitwerken van schakeltrajecten voor specifieke groepen van nieuwkomers. Voorbeelden: schakeltraject 10-12-jarigen, gericht op overstap BaO – SO, schakeltraject 12-14-jarigen, gericht op instroom 2de graad ASO, schakeltraject 16-18-jarigen gericht op instroom arbeidsmarkt via andere trajecten dan leren&werken of DBSO / doorstroom naar HO,…

12
Het onderzoek komt tot de volgende centrale aanbeveling: het onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers in het Vlaamse basis- en secundair onderwijs wordt best georganiseerd vanuit een geïntegreerd, inclusief perspectief. Het wordt niet langer ingevuld – organisatorisch en pedagogisch-didactisch – als een aanvullend (BaO) of volledig apart (SO) onderwijsaanbod van beperkte duur (één jaar) gericht op volledige participatie aan het reguliere onderwijs, maar als een onthaaltraject dat start bij instroom in het reguliere onderwijs en doorloopt gedurende de verdere schoolloopbaan.
Het proces van taalverwerving wordt nu te veel gezien als de exclusieve verantwoordelijkheid van het onthaalteams tijdens het onthaaljaar.
De beoogde integratie is met andere woorden dubbel van aard:

  • een integratie van de doelen met betrekking tot taalverwerving en de doelen met betrekking tot participatie;
  • een integratie tussen het onthaalonderwijs en het reguliere onderwijs.
    Daarom is het van wezenlijk belang dat de minister de nodige middelen vrijmaakt voor het voeren van een effectiviteitsonderzoek en van vergelijkend onderzoek met andere Europese landen.

Terug naar overzicht
Thema Periode

1 september 2014 - 31 augustus 2016

Onderzoeker(s)

Reinhilde Pulinx

Opdrachtgevers

Departement Onderwijs en Vorming (OBPWO)